Welke delen van Nederland liggen onder zeeniveau: kaart en cijfers
10 oktober 2026 · 8 min lezen
Ongeveer 26 procent van Nederland ligt onder NAP (Normaal Amsterdams Peil), en 59 procent van het land is in potentie overstroombaar door zee of rivieren als je gebieden buiten de dijken meetelt, becijferd door het Planbureau voor de Leefomgeving samen met Rijkswaterstaat. Dat zijn twee verschillende getallen die vaak door elkaar worden gebruikt, en dat is precies waar veel verwarring vandaan komt. Hieronder vind je per provincie welk aandeel onder NAP ligt, waar het laagste punt zich bevindt en welke dijkringen het gebied beschermen, met bron per rij.
Het verschil tussen "onder NAP" en "overstroombaar"
NAP staat voor Normaal Amsterdams Peil, de Nederlandse referentiehoogte die ongeveer gelijk is aan het gemiddelde zeeniveau bij Amsterdam. Een gebied "onder NAP" ligt dus letterlijk lager dan de gemiddelde zeespiegel, zonder dat dit iets zegt over hoe goed het beschermd is. Van heel Nederland ligt ongeveer 26 procent onder NAP, en dat is het getal dat mensen meestal bedoelen als ze zeggen dat "een kwart van Nederland onder zeeniveau ligt". Het tweede getal, 59 procent, is breder: dat is het aandeel van het Nederlandse landoppervlak (zonder de grote wateren zoals de Waddenzee en het IJsselmeer) dat bij een falende kering kan overstromen, opgebouwd uit 26 procent onder NAP, 29 procent dat bij extreem hoogwater op de rivieren kan onderlopen ook al ligt het boven NAP, en 4 procent dat buiten de dijkringen ligt en dus sowieso al blootstaat aan het water.
Deze twee getallen door elkaar gebruiken leidt tot verkeerde conclusies. Een gebied kan boven NAP liggen en toch overstroombaar zijn (grote delen van het rivierengebied), en een gebied kan onder NAP liggen en toch relatief veilig zijn dankzij zware primaire keringen (grote delen van de Randstad). Zie ook waarom Nederland onder zeeniveau ligt voor de geologische achtergrond van deze situatie.
Aandeel onder NAP en laagste punt per provincie
| Provincie | Karakter | Laagste punt / bijzonderheid | Bron |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Grotendeels onder NAP in het westen (Zuidplaspolder, Rotterdam) | -6,76 m NAP, Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan den IJssel, het laagste punt van Nederland | Rijkswaterstaat / gemeente Zuidplas |
| Flevoland | Vrijwel volledig drooggelegde polder, grotendeels onder NAP | Delen van de polder liggen enkele meters onder NAP | Provincie Flevoland / Rijkswaterstaat |
| Noord-Holland | Westelijk deel (onder meer Haarlemmermeer) onder NAP, oostelijk deel hoger | Haarlemmermeerpolder ligt circa 4 tot 5 m onder NAP | Rijkswaterstaat |
| Zeeland | Grotendeels boven NAP maar volledig omringd door water, kwetsbaar voor stormvloed | Vrijwel het hele gebied ligt binnen een dijkring rond zee-armen | Rijkswaterstaat / provincie Zeeland |
| Utrecht | Westelijk deel (Utrechtse Waarden) laag, oostelijk deel (Heuvelrug) hoog | Grote hoogteverschillen binnen één provincie | Rijkswaterstaat |
| Groningen | Kustgebied (Eemsdelta, Lauwersmeer) laag, zuidelijk deel hoger | Delen van de Groningse kustpolders onder NAP | Rijkswaterstaat / waterschap Noorderzijlvest |
| Friesland | Kustgebied en veenweide laag, Friese Wouden hoger | Lage polders langs de Waddenkust | Rijkswaterstaat / Wetterskip Fryslân |
| Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg | Grotendeels boven NAP, risico komt van rivieroverstroming, niet van "onder NAP" liggen | Overstroombaar bij extreem hoogwater op Rijn, Waal, Maas en IJssel | Rijkswaterstaat |
Wat de "Nederland onder water"-kaarten wel en niet laten zien
De viral rondgaande kaarten met titels als "zo ziet Nederland eruit zonder dijken" zijn geen voorspelling van morgen en geen weergave van de kans op een overstroming. Het zijn doorbraakscenario's: ze tonen wat er gebeurt als op een bepaalde plek een dijk zou bezwijken en het water zich ongehinderd zou verspreiden, gebaseerd op de hoogtekaart (AHN) en het nationale overstromingsmodel dat ook LIWO voedt. Zulke kaarten zijn nuttig om te zien hoe diep het water bij jou zou komen als het misgaat, maar ze zeggen niets over hoe vaak dat gebeurt. Voor dat laatste heb je de kansenkaart nodig, bijvoorbeeld op risicokaart.nl of in ons eigen adresrapport, dat kans en diepte samen toont.
Een veelgemaakte fout is het optellen van meerdere doorbraakscenario's tot één kaart, alsof ze tegelijk zouden gebeuren. In werkelijkheid wordt per dijktraject een apart scenario doorgerekend, en de kans dat meerdere trajecten tegelijk bezwijken is vele malen kleiner dan de kans op één doorbraak. Wie zo'n kaart deelt als "dit overkomt Nederland" zonder die nuance, overdrijft het beeld.
Wat bodemdaling eraan toevoegt
Het aandeel van Nederland dat onder NAP ligt, is niet vast. In veengebieden, met name in delen van Zuid-Holland, Utrecht en Friesland, daalt de bodem door oxidatie van veen en door inklinking, met snelheden die plaatselijk kunnen oplopen tot enkele millimeters tot ruim een centimeter per jaar, afhankelijk van het grondwaterpeil en de bodemopbouw. Dat betekent dat gebieden die nu al onder NAP liggen, in de toekomst nog verder wegzakken ten opzichte van diezelfde referentiehoogte, terwijl de zeespiegel tegelijkertijd stijgt. Die twee bewegingen (bodemdaling en zeespiegelstijging) versterken elkaar in het laagste deel van het land, en dat is een van de redenen waarom het Deltaprogramma bodemdaling als apart aandachtspunt behandelt naast de klassieke waterveiligheid. Meer over de cijfers achter die stijging vind je in de gids over klimaatverandering en zeespiegel.
Op zandgronden, zoals grote delen van Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant, speelt dit vrijwel niet: daar is geen sprake van substantiële bodemdaling door veenoxidatie, en het risico komt vrijwel uitsluitend van rivierafvoer bij extreem hoogwater, niet van een dalend maaiveld.
Laag ligt niet gelijk aan kwetsbaar
Dit is misschien wel de belangrijkste nuance in dit hele onderwerp: hoe laag een gebied ligt, zegt weinig over hoe kwetsbaar het daadwerkelijk is. Kijk naar het verschil tussen Flevoland en Limburg. Flevoland ligt grotendeels enkele meters onder NAP, wat op papier extreem laag klinkt, maar de provincie wordt beschermd door zware, streng genormeerde primaire keringen met een overstromingskans in de orde van 1 op 10.000 per jaar. Limburg daarentegen ligt vrijwel overal boven NAP, en toch overstroomden delen van Valkenburg, Vaals en Geulle in juli 2021 zwaar, met meer dan 150 millimeter regen in 48 uur volgens KNMI. Die overstroming kwam niet door een bezweken primaire kering en niet door "onder zeeniveau" liggen, maar door extreme, geconcentreerde neerslag op de heuvelachtige, snel afwaterende Limburgse beken.
Het lesje daarin: "laag liggen" (een hoogteligging ten opzichte van NAP) en "kwetsbaar zijn" (een daadwerkelijk overstromingsrisico) zijn twee verschillende dingen die toevallig vaak samenvallen in het westen van het land, maar allebei ook los van elkaar kunnen voorkomen. Zeeland is een derde voorbeeld: het grootste deel van de provincie ligt niet extreem laag, maar is wel bijzonder kwetsbaar omdat het volledig is omringd door zee-armen en de Westerschelde, met een lange kustlijn die bij een zware stormvloed op meerdere plekken tegelijk onder druk kan staan. Zie de vergelijking tussen Zeeland en Flevoland voor een uitgebreidere analyse.
Wat dit betekent per type gebied
- Diepe polders achter primaire zeekeringen (delen van Flevoland, de Haarlemmermeer): lage kans, grote potentiële waterdiepte bij een doorbraak.
- Rivierengebied boven NAP (grote delen van Gelderland, Overijssel): risico hangt af van de rivierafvoer, niet van hoogteligging.
- Kustprovincies met lange dijklinie (Zeeland, delen van Groningen en Friesland): risico hangt af van het aantal kilometers kering en de zwakste schakel daarin.
- Heuvelachtig gebied (Zuid-Limburg): geen "onder NAP"-risico, wel risico op snelle wateroverlast door beken bij extreme neerslag.
- Veengebied (delen van Zuid-Holland, Utrecht, Friesland): combinatie van laag liggen én verder wegzakken door bodemdaling.
- Duingebied (kuststrook Noord- en Zuid-Holland): van nature hoog en een natuurlijke kering, met relatief laag risico zolang de duinen op hoogte blijven.
Hoe je dit voor jouw eigen adres opzoekt
De provinciale cijfers hierboven geven een gemiddeld beeld, maar risico verschilt binnen een provincie soms al van straat tot straat, en zelfs binnen dezelfde polder kunnen delen van een dorp een meter hoger of lager liggen dan de rest. Voor een concreet antwoord op jouw adres is een landelijk of provinciaal gemiddelde daarom niet genoeg: check daarom altijd het specifieke punt via de kaart, die de hoogte, de kans per dijktraject en de waterdiepte bij een scenario samen toont in plaats van los van elkaar.
Denk ook aan de provinciepagina's op deze site voor een regionaal overzicht: Flevoland, Zeeland en Zuid-Holland bevatten elk een eigen doorsnede van dijkringen, gemeenten en risicocijfers voor dat gebied. Wie een woning koopt in een gebied dat volgens deze tabel onder NAP ligt, doet er goed aan niet alleen naar de hoogte te kijken maar ook naar de norm van het dijktraject en de leeftijd van de laatste dijkversterking, want die twee bepalen samen hoeveel van dat lage land daadwerkelijk risico loopt.
Wat dit betekent voor wonen, verzekeren en verbouwen
Voor een huiseigenaar heeft het onderscheid tussen "onder NAP" en "overstroombaar" praktische gevolgen op drie vlakken. Bij de bouw speelt de hoogte van de vloerpeil ten opzichte van het maaiveld een rol: in laaggelegen polders wordt vaker geadviseerd om elektra en verwarmingsinstallaties niet in de kruipruimte of kelder te plaatsen, juist omdat grondwater en een eventuele overstroming daar het eerst toeslaan. Bij verzekeren telt vooral de kans: een lage overstromingskans achter een zware primaire kering wordt door verzekeraars anders behandeld dan een regelmatig optredende wateroverlast bij een regionale kering, zoals uitgelegd op de pagina over overstromingsverzekering. En bij verbouwen, bijvoorbeeld het uitbreiden van een kelder, is het verstandig om vooraf te weten hoe diep het grondwater normaal staat en hoe hoog het bij een worstcasescenario kan komen, wat je terugvindt in de uitleg over overstromingsscenario's.
Gemeenten in laaggelegen gebieden nemen dit onderscheid ook mee in hun ruimtelijke plannen. Nieuwbouwwijken in de diepste delen van Flevoland en de Haarlemmermeer worden tegenwoordig vaker met een verhoogd bouwpeil aangelegd, en waterschappen stellen bij nieuwe polderontwikkeling eisen aan de waterberging binnen het plan. Dat betekent niet dat een lage ligging een verbouwing of aankoop moet tegenhouden, het betekent vooral dat de vraag "hoe laag ligt het hier" nooit los moet worden gezien van de vraag "hoe goed is dit hier beschermd, en tegen welke kans".
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent van Nederland ligt onder zeeniveau?
Ongeveer 26 procent van het Nederlandse landoppervlak ligt onder NAP (Normaal Amsterdams Peil), de referentiehoogte die ongeveer gelijk is aan het gemiddelde zeeniveau. Dit cijfer komt van gezamenlijk onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving en Rijkswaterstaat.
Wat is het verschil tussen 26 procent en 59 procent in dit soort artikelen?
26 procent is het aandeel van Nederland dat letterlijk onder NAP ligt. 59 procent is een breder getal: het aandeel van het landoppervlak (exclusief grote wateren) dat bij een falende waterkering kan overstromen, dus inclusief gebieden boven NAP die bij extreem hoogwater op de rivieren kunnen onderlopen en gebieden buiten de dijkringen.
Waar ligt het laagste punt van Nederland precies?
Het laagste punt van Nederland ligt op -6,76 meter NAP, in een weiland in de Zuidplaspolder, ten noordoosten van Nieuwerkerk aan den IJssel in de gemeente Zuidplas, in de provincie Zuid-Holland.
Betekent laag liggen automatisch een hoog overstromingsrisico?
Nee. Laag liggen zegt iets over de hoogte ten opzichte van NAP, niet over de kans op een overstroming. Flevoland ligt grotendeels onder NAP maar wordt zwaar beschermd, met een overstromingskans in de orde van 1 op 10.000 per jaar. Limburg ligt boven NAP maar overstroomde in juli 2021 alsnog fors door extreme neerslag.
Zijn de kaarten met "Nederland onder water" een voorspelling van wat er gaat gebeuren?
Nee. Dit zijn doorbraakscenario's die tonen wat er theoretisch gebeurt als een specifieke dijk zou bezwijken, niet een voorspelling van een aankomende gebeurtenis en niet een optelsom van meerdere trajecten die tegelijk bezwijken.
Wordt het aandeel van Nederland onder NAP groter door bodemdaling?
In veengebieden in onder meer Zuid-Holland, Utrecht en Friesland daalt de bodem plaatselijk door oxidatie van veen en inklinking, waardoor gebieden die al onder NAP liggen relatief nog verder wegzakken. Op zandgronden in het oosten en zuiden van het land speelt dit nauwelijks een rol.
Meer artikelen
€9,95 · eenmalig
Hoe diep komt het water bij jou thuis?
Deze pagina gaat over het gebied, niet over jouw adres. Check je adres gratis — daarna kun je een rapport bestellen dat specifiek over jouw woning gaat.
- De waterdiepte op jouw adres in vier overstromingsscenario's
- Uitleg wat elke waterdiepte betekent, van hinderlijk tot evacuatie nodig
- Praktische duiding: voorbereiding, wat te doen, en overstromingsverzekering